Wetgeving

Gifkikkers vallen onder hetzelfde beschermingsregime als de gemiddelde amazonepapegaai, kaketoe of ara. Internationaal onder CITES appendix II, Europees onder bijlage B van Verordening EG 338197 en in Nederland, sinds 1 april 2002, onder de Flora en faunawet (FfW), waarin alle Dendrobatidae zijn aangewezen in artikel 4 lid 2 van de Regeling aanwijzing soorten.

De Flora en faunawet is duidelijk als het gaat orn verbodsbepalingen. (artikel 13 lid 1 letter a):
Het is verboden, Dendrobatidae:
- te koop te vragen
- ten verkoop voorhanden of in voorraad te hebben
- te verkopen of ten verkoop aan te bieden
- te kopen of te verwerven
- te vervoeren
- af te leveren
- ten vervoer aan te bieden.
- te gebruiken voor commercieel gewin
- onder zich te hebben
- te ruilen of in ruil aan te bieden
- uit te wisselen of tentoon te stellen voor handelsdoeleinden
- binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen.

Tenzij:
- De Dendrobatidae overeenkomstig de Wet Bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten zijn verworven voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 13.
- De Dendrobatidae overeenkomstig bij of krachtens deze wet in Nederland zijn gebracht (CITES vergunning)
- Het aantoonbaar gekweekte dieren betreft.

Maar er is meer, als houder van een beschermde diersoort, vallend onder bijlage B verordening EG 338197 (alle Dendrobatidae dus), moet je volgens de 'Regeling registratie bezit van en handel in beschermde dier- en plantensoorten' een registratie bijhouden. Die wettelijk voorgeschreven registratie moet de volgende gegevens bevatten:
Soortnaam en aantal.
* Datum en plaats van verkrijging.
* Naam en adres en land van de leverancier.
* Land van herkomst van de specima, tenzij dit afwijkt van bovenstaande.
* Nummer bijbehorend Import CITES document (kopie vergunning is nog beter!)
* Naam, adres en land van de afnemer.
* Nummer bijbehorend EXPORT CITES document.
* Datum geboorte van en het aantal nakomelingen. (vanaf larven).
* Datum en plaats van sterfte per specimen.

Verder steldt de Flora en faunawet ook eisen aan de te voeren registratie, te weten:

- Per pagina en regel een doorlopende nummering.
- Op papier ingevulde in onuitwisbare schrift (dus geen computerbestand of uitdraai uit de computer).
- Volledig en naar waarheid ingevuld
- Tenminste wordt de registratie drie jaar bewaard na de datum van de laatste in het register aangebrachte wijziging of aanvulling.
- Een ieder verschaft desgevraagd inzage in de registratie aan de met het toezicht aangewezen ambtenaren. (politie, AID, Douane, K. Marechaussee)

Dit levert voor de meeste houders van gifkikkers een aanzienlijke verzwaring van hun hobby op. Aan de andere kant is het wellicht ook leuk om aan de hand van deze registratie kweekresultaten bij te houden, en daardoor een beter inzicht te verkrijgen in je hobby en behaalde kweekresultaten. De wetgever heeft overigens besloten dat voor Dendrobates Tinctorius geen registratie nodig is. De achterliggende gedachte is dat deze soort op zo’n grote schaal is ingevoerd, dus in de EU op dermate grote schaal legaal voorhanden is, dat uitgesloten mag worden dat deze soort opzettelijk illegaal wordt ingevoerd.

Cites paieren zijn alleen nodig als je vanuit andere landen dan de EU lidstaten dieren importeerd.


Bron A.I.D.

LNV

Regeling administratie bezit van en handel in beschermde

dier- en plantensoorten.


 

5 maart 2002/No. TRCJZ/2002/3134 Directie Juridische Zaken

De Staatssecretaris van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij,
Gelet op de artikelen 5, eerste lid,
onderdeel c, en 18 van het Besluit
vrijstelling beschermde dier- en plan­tensoorten;
Gelet op de artikelen 10, derde lid,
12, eerste lid, onderdeel c, 14, eerste
lid, onderdeel b, 15, vierde lid, en 19,
tweede lid, van de Regeling vrijstel­ling beschermde dier- en plantensoor­ten Flora- en faunawet;

Besluit:

§ 1 Begripsbepalingen

Artikel 1

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

a. wet: Flora- en faunawet;

b. basisverordening: verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer (PbEG 1997, L 61);

c. uitvoeringsverordening: verorde­ning (EG) nr. 1808/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 30 augustus 2001, houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en planten­soorten door controle op het desbe­treffende handelsverkeer (PbEG L 250);

d. lid-staat: land behorende tot de Europese Unie;

e. derde land: land niet behorende tot de Europese Unie;

f. naadloos gesloten pootring: poot­ring die voldoet aan de criteria van artikel 36, vijfde lid, van de uitvoeringsverordening;

g. in gevangenschap geboren en gefokte specimens van een diersoort: specimens van een diersoort die vol­doen aan de criteria van artikel 24 van de uitvoeringsverordening;

h. kunstmatig gekweekte specimens

 

van een plantensoort: specimens van een plantensoort die voldoen aan de criteria van artikel 26 van de uitvoe­ringsverordening.

2. De begripsbepalingen van artikel 2van de basisverordening en artikel 1 van de uitvoeringsverordening zijn van toepassing.

Artikel 2

1. Een registratie wordt bijgehouden voor specimens van de volgende dier­soorten:

a. levende specimens van in gevan­genschap geboren en gefokte vogels, behorende tot beschermde inheemse en uitheemse diersoorten, genoemd in bijlage A bij de basisverordening, met uitzondering van in gevangenschap geboren en gefokte specimens van de in bijlage VIII bij de uitvoeringsver­ordening genoemde diersoorten en de hybriden daarvan;

b. levende specimens van in gevan­genschap geboren en gefokte gewer­velde dieren, niet zijnde vogels, beho­rende tot beschermde uitheemse diersoorten, genoemd in bijlage A bij de basisverordening;

c. levende specimens van in gevangen­schap geboren en gefokte of uit het wild afkomstige dieren, behorende tot beschermde uitheemse diersoorten, genoemd in bijlage B bij de basisver­ordening, met uitzondering van:

 

1. gefokte vogels, die van een naadloos gesloten pootring zijn voorzien, en

2. de soorten als genoemd in bijlage 1 bij deze regeling;

 

d. in afwijking van onderdeel c, onder i., levende specimens van in gevangenschap geboren en gefokte of uit het wild afkomstige roofvogels (orde Falconiformes) of uilen (orde Strigiformes), behorende tot beschermde inheemse of uitheemse diersoorten, genoemd in bijlage B bij de basisverordening;

e. levende specimens van in gevangen­schap geboren en gefokte dieren, behorende tot beschermde uitheemse diersoorten, als aangewezen in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling aanwijzing beschermde dier-

en plantensoorten Flora- en faunawet.

2. Een registratie wordt bijgehouden voor de volgende plantensoorten:

a. levende specimens van kunstmatig gekweekte plantensoorten genoemd in bijlage A bij de basisverordening,

b. levende specimens van kunstmatig gekweekte hybriden van niet van een annotatie voorziene soorten genoemd in bijlage A bij de basisverordening, voor zover voor die soorten een fyto­sanitair certificaat als bedoeld in arti­kel 8 van de uitvoeringsverordening is afgegeven.

 

Artikel 3

1. Een registratie als bedoeld in arti­kel 2, eerste lid, bevat voor zover van toepassing de volgende gegevens:

a. wetenschappelijke soortnaam en aantal;

b. datum en plaats van verkrijging;

c. naam, adres en land van de leverancier;

d. land van herkomst van de specimens, indien dit afwijkt van onder­deel c;

e. nummer bijbehorend Cites-document;

f. datum en plaats van vervreemding;

g. naam, adres en land van de afne­mer;

h. nummer bijbehorend Cites-document;

i. datum geboorte van en het aantal nakomelingen;

j. gegevens soort en code merktekens;

k. datum aanbrenging merktekens;

l. per specimen datum en plaats van sterfte.

 

2. Bij de registratie, bedoeld in het eerste lid, worden voor zover van toepassing bewaard alle aantekeningen en bescheiden, waaronder nota’s, vrachtbrieven en andere bewijsmidde­len, boeken, registers of andere hulp­middelen, die betrekking hebben op het onder zich hebben, het ontvan­gen, verkopen of afleveren van speci­mens, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Artikel 4

1. Een registratie als bedoeld in arti­kel 2, tweede lid, bevat voor zover van toepassing de volgende gegevens:

a. wetenschappelijke soortnaam en aantal;

b. datum en plaats van verkrijging, indien ingevoerd vanuit derde land;

c. naam en adres en land van leveran­cier, indien ingevoerd vanuit derde land;

d. land van herkomst van de specimens, indien dit afwijkt van onder­deel c;

e. nummer bijbehorend CITES-document;

f. datum en plaats van uitvoer naar derde land;

g. nummer bijbehorend CITES-document of fytosanitair certificaat als bedoeld in artikel 8 van de uitvoeringsverordening;

h. naam, adres en land van afnemer in derde land.

 

2. Bij de registratie, bedoeld in het eerste lid, worden voor zover van toepassing bewaard alle aantekeningen en bescheiden, waaronder nota’s, vrachtbrieven en andere bewijsmidde­len, boeken, registers of andere hulpmiddelen, die betrekking hebben op de in- of uitvoer van of uit derde landen alsmede op de aanvraag, afgifte en gebruik van een CITES-document of een fytosanitair certificaat als bedoeld in artikel 8 van de uitvoeringsverordening.

Artikel 5

1. De registraties, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, bevatten zowel per pagina als per regel per pagina een doorlopende nummering.

2. De gegevens, bedoeld in artikel 3, eerste lid, en artikel 4, eerste lid, worden op papier ingevuld met onuitwis­baar schrift.

3. De registraties, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, worden volle­dig en naar waarheid ingevuld.

4. De originele registraties en de aan­tekeningen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, en artikel 4, tweede lid, wor­den bewaard gedurende ten minste drie jaren na de datum van de laatste in het register aangebrachte wijziging of aanvulling.

 

Artikel 6

1. Een registratie, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt bijgehouden door een ieder die specimens van soorten, bedoeld in dat artikellid, onder zich heeft of daarmee handelingen verricht als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet.

2. Een registratie, als bedoeld in arti

kel 2, tweede lid, wordt bijgehouden door een ieder die specimens van soorten, bedoeld in dat artikel lid, onder zich heeft ten behoeve van uit­voer naar een derde land of speci­mens van deze soorten uit of naar een derde land invoert of uitvoert.

Artikel 7

Een ieder verschaft desgevraagd inza­ge in de registraties, bedoeld in arti­kel 2, aan door de Minister op grond van artikel 104 van de wet aangewe­zen ambtenaren.

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 18 van het Besluit vrijstelling beschermde dier­ en plantensoorten in werking treedt.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling administratie bezit van en handel in beschermde dier- en plan­tensoorten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 5 maart 2002. De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

G.H. Faber.

Bijlage 1 behorende bij artikel 3, eer­ste lid, onderdeel c, onder ii, van de Regeling registratie bezit van en han­del in beschermde dier- en plantensoor­ten.

Mammalia (Zoogdieren)
Artiodactyla (Evenhoevigen)
Camelidae
– Lama guanicoe (Goeanaco) +
Aves (Vogels)
Rheiformes
Rheidae
– Rhea americana (Nandoe) +
Anseriformes (Eendachtigen)
Anatidae
– Anas formosa (Baikaltaling) +

– Coscoroba coscoroba (Coscoroba)+
– Dendrocygna arborea(Westindische fluiteend) +
– Sarkidiornis melanotos(Knobbeleend) +
Galliformes (Hoenderachtigen)
Phasianidae
– Argusianus argus (Argusfazant) +
– Gallus sonneratii (Sonnerats hoen)+
– Lophura erythrophthalma (Kuiflozevuurrugfazant) +
– Lophura ignita (Gekuifde vuurrugfazant) +
– Pavo muticus (Groene pauw) +
– Polyplectron bicalcaratum(Spiegelpauw) +
– Polyplectron germaini (Germainsspiegelpauw) +
– Polyplectron malacense (Maleisespiegelpauw) +
Columbiformes (Duifachtigen)
Columbidae
– Gallicolumba luzonica (Luzondolksteekduif) +
Psittaciformes (Papegaaiachtigen)
Psittacidae
– Agapornis canus (Grijskopagapornis) –+
– Agapornis fischeri (Fischers agapornis) +
– Agapornis lilianae (Nyasa-agapornis) +
– Agapornis nigrigenis (Zwartwangagapornis) +
– Agapornis personatus (Zwartmaskeragapornis) +
– Agapornis roseicollis (Perzikkopagapornis) +
– Agapornis taranta (Zwartvleugelagapornis) –+
– Alisterus scapularis (Australischekoningsparkiet) +
– Amazona amazonica(Oranjevleugelamazone) –
– Amazona farinosa (Gepoederdeamazone) –
– Aprosmictus erythropterus(Roodvleugelparkiet) +
– Ara ararauna (Blauwgele ara) –
– Aratinga acuticaudata(Blauwkopparkiet) –
– Aratinga leucophthalmus(Witoogparkiet) –
– Aratinga pertinax (Maisparkiet) –
– Bolborhynchus lineola(Catharinaparkiet) –+
– Brotogeris chrysopterus(Oranjevleugelparkiet) –+
– Cyanoramphus auriceps(Geelvoorhoofdkakariki)+
– Forpus coelestis (Blauwe muspapegaai) –+
– Forpus conspicillatus (Gebrildemuspapegaai) –+
– Forpus cyanopygius (Mexicaansemuspapegaai) +
– Forpus passerinus (Groene muspapegaai) –+
– Forpus xanthops(Geelwangmuspapegaai) +
– Forpus xanthopterygius (Spix’ muspapegaai) –+
– Lathamus discolor (Zwaluwparkiet)+

– Loriculus vernalis (Indische hangparkiet) –

– Myiopsitta monachus(Monniksparkiet) –

– Nandayus nenday (Nandayparkiet)–

– Neophema chrysostoma(Blauwvleugelparkiet) +

– Neophema elegans (Prachtparkiet)+

– Neophema pulchella(Turkooisparkiet) +

– Neophema splendida(Splendidparkiet) +

– Neopsephotus bourkii (Bourke’sparkiet) +

– Northiella haematogaster(Roodbuikparkiet) +

– Pionites melanocephala(Zwartkopcaique) +

– Pionus maximiliani (Maximiliaanspapegaai) +

– Pionus menstruus(Zwartoorpapegaai) +

– Platycercus adelaidae(Adelaiderosella)1 +

– Platycercus adscitus(Bleekkoprosella) +

– Platycercus barnardi (Barnardsrosella) +

– Platycercus caledonicus(Geelbuikrosella) +

– Platycercus elegans (Pennantrosella)+

– Platycercus eximius (Prachtrosella)+

– Platycercus flaveolus

(Strogelerosella) +

– Platycercus icterotis (Stanleyrosella)+

– Platycercus venustus(Zwartkoprosella) +

– Platycercus zonarius (PortLincolnrosella) +

– Polytelis alexandrae (Prinses vanWalesparkiet) +

– Polytelis anthopeplus(Regentparkiet) +

– Polytelis swainsonii(Barrabandparkiet) +

– Psephotus haematonotus(Roodrugparkiet) +

– Psephotus varius(Regenboogparkiet) +

– Psittacula alexandri(Roseborstparkiet) –+

– Psittacula cyanocephala(Pruimenkopparkiet) –+

– Psittacula derbiana (Lord Derby’sparkiet) +

– Psittacula eupatria (GroteAlexanderparkiet) –+
– Psittacula roseata(Bloesemkopparkiet) –+
– Psittacus erithacus erithacus (Grijzeroodstaartpapegaai) –
– Purpureicephalus spurius(Roodkapparkiet) +
– Pyrrhura picta (Bonte parkiet) –
Passeriformes (Zangvogels)
Estrildidae
– Poephila cincta cincta(Gordelamadine) +
Reptilia (Reptielen)
Sauria (Hagedissen)
Iguanidae
– Iguana iguana (Groene leguaan) –
Serpentes (Slangen)
Boidae
– Boa constrictor (met uitzonderingvan de Boa constrictor occidentalis)
–+
– Corallus hortulanus (Tuinboa) –
– Python molurus bivittatus +
– Python regius (Koningspython) –
– Python reticulatus (Netpython) –
– Python sebae (Rotspython) –
Amphibia (Amfibieën)
Caudata (Salamanders)
Ambystomidae
– Ambystoma mexicanum (Axolotl)+
Anura (Kikkers en Padden)
Mollusca (Schelpdieren)
Veneroida
Tridacnidae (Doopvontschelpen)
– Tridacna crocea –
– Tridacna maxima –
Anthozoa (Bloemdieren)
Antipatharia (Doornkoralen)
– ordo Antipatharia –
Coenothecalia (Blauwe koralen)
– ordo Coenothecalia –
Scleractinia (Echte koralen)
– ordo Scleractinia –
Stolonifera
Tubiporidae (Orgelpijpkoralen)
– familia Tubiporidae –
Hydrozoa (Brandpoliepen)
Milleporina
Milleporidae (Brandkoralen)
– familia Milleporidae –
Stylasterina
Stylasteridae
– familia Stylasteridae –


 

 

 

 

 

Verklaring van tekens:

+ = De soort wordt op zodanig groteschaal in gevangenschap gefokt dat uitgesloten mag worden geacht dat nog invoer van uit het wild afkomsti­ge specimens plaatsvindt.

Uit: Staatscourant 13 maart 2002, nr. 51 / pag. 37

–+ = De soort wordt in gevangen­schap gefokt, maar er vindt nog steeds invoer van uit het wild afkom­stige exemplaren plaats. Specimens van deze soort zijn binnen de Europese Gemeenschap echter op zodanig grote schaal voorhanden dat uitgesloten mag worden geacht dat exemplaren opzettelijk illegaal wor­den ingevoerd.

– = Voor zover ten aanzien van de soort fok in gevangenschap plaats­vindt, is dat op zeer bescheiden schaal. Specimens van de betrokken soort worden echter op zodanig grote schaal ingevoerd en zijn op zodanig grote schaal binnen de Europese Gemeenschap legaal voorhanden dat uitgesloten mag worden geacht dat specimens opzettelijk illegaal worden ingevoerd.

1 P. elegans x P. flaveoleus


 

 

 

Toelichting

Paragraaf 1: Inleiding

In artikel 81, eerste lid, van de wet is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld ten aanzien van de in de Flora- en faunawet geregelde onderwerpen, zoals het stellen van regels over het voeren van een admi­nistratie en het verstrekken van gege­vens met betrekking tot het onder zich hebben, ontvangen, verkopen, ten verkoop voorradig hebben en afleveren van dieren of planten of producten daarvan, waarop de wet van toepassing is. In artikel 18 van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten is de moge­lijkheid opgenomen dat bij ministerië­le regeling regels kunnen worden gesteld over het voeren van een der­gelijke administratie en het verstrek­ken van gegevens. De onderhavige regeling bevat een uitwerking van deze artikelen.

Het opleggen van een administra­tie- of registratieverplichting bevor­dert de wetshandhaving. Door middel van het bijhouden van een register, de bewaarplicht ter zake van docu­menten die betrekking hebben op het bezit van en de handel in specimens van beschermde dier- en plantensoor­ten wordt de controle op de naleving van de wet vergemakkelijkt. Bovendien wordt door deze verplich­tingen de bewijsvoering gediend in zaken die overtredingen van de wet betreffen.

Deze regeling is niet van toepassing op specimens van soorten, behorende tot beschermde inheemse en uitheem­se dier- en plantensoorten, waarvoor een ontheffing dient te worden ver­leend van het handels- en bezitsver­bod, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet. In de desbetreffende ont­heffing, kunnen voorwaarden worden opgenomen voor de administratie van het bezit van en de handel in betreffende specimens.

Hoewel artikel 5, eerste lid, onder­deel c, van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten de mogelijkheid biedt om regels te stellen voor de administratie van gefokte vogels, behorende tot beschermde inheemse diersoorten, die niet voorkomen op één van de bijla­gen bij de basisverordening, is in arti­kel 2 van deze regeling deze categorie niet opgenomen. Vooralsnog biedt de in artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van dat besluit genoemde verplichting tot het ringen van gefokte vogels vol­doende waarborgen. Mocht in de toe­komst blijken dat de ringplicht voor deze vogels niet voldoende is, dan kan alsnog deze categorie in de onderhavige regeling worden opgeno­men, waardoor alsnog registratie van de handel in en het bezit van bedoel­de gefokte vogels verplicht wordt.

In artikel 2, eerste lid, zijn de dier­soorten opgenomen waarvoor een registratie dient te worden bijgehou­den. De registratieplicht geldt alleen voor levende specimens van dieren. Voor dode specimens van dieren is een registratie niet nodig, met dien verstande dat een registratieplicht geldt voor te prepareren en geprepa­reerde specimina ingevolge de Regeling prepareren van dieren. In artikel 3, eerste lid, onderdeel l, is wel bepaald dat in het register een aante­kening moet worden opgenomen van de datum en de plaats van sterfte van een specimen.

De registratieplicht geldt voor in gevangenschap geboren en gefokte vogels, behorende tot beschermde inheemse en uitheemse diersoorten, genoemd in bijlage A bij de basisver­ordening. Van deze categorie zijn uit­gezonderd de in gevangenschap gebo­ren en gefokte specimens van de in bijlage VIII bij de uitvoeringsverorde­ning genoemde diersoorten en de hybriden daarvan.

De registratieplicht is tevens van toe-passing op in gevangenschap geboren en gefokte gewervelde dieren, niet zijnde vogels, behorende tot beschermde uitheemse diersoorten, genoemd in bijlage A bij de basisver­ordening. Voor deze categorie soorten is een vrijstelling van het bezitsverbod opgenomen in artikel 14 van de Regeling vrijstelling beschermde dier­en plantensoorten Flora- en faunawet op voorwaarde dat de dieren zijn gemerkt en een registratie wordt bij­gehouden door de houder. De registratieplicht is ook van toepas­sing op levende dieren van soorten die zijn opgenomen in bijlage B bij de basisverordening. Uitgezonderd zijn echter specimens behorende tot soor­ten opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling. Dit betreft soorten die op grote schaal in gevangenschap wor­den gefokt of die op grote schaal in de Europese Unie zijn of worden ingevoerd. Het is daarom niet aanne­melijk dat veel uit het wild onttrok­ken specimens van deze soorten ille­gaal worden ingevoerd. De uitzondering geldt echter slechts voor­zover is voldaan aan alle voorschrif­ten voor de handel in en het bezit van de specimens, zoals deze zijn opgenomen in de Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet en artikel 13, vierde lid, van de Flora- en Faunawet, waarbij de legale herkomst moet kunnen worden aangetoond of waarbij moet kunnen worden aange­toond dat de dieren zijn gefokt. Uitgezonderd van de registratieplicht zijn eveneens gefokte vogels, behoren­de tot beschermde uitheemse dier­soorten, die zijn genoemd in de bijla­ge B bij de basisverordening. Er geldt evenwel een registratieplicht voor roofvogels en uilen. De registratie­plicht voor roofvogels en uilen vloeit voort uit artikel 2, eerste lid, onder­deel d. De gefokte vogels, die van de regis­tratieplicht zijn uitgezonderd, behoren te zijn voorzien van een naadloos gesloten pootring, hetgeen geldt als bewijs dat de vogels uit fok in gevan­genschap afkomstig zijn. Voor speci­mens van soorten opgenomen op bij­lage C of D van de basisverordening geldt geen registratieplicht. Op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel e, geldt een registratieplicht voor levende specimens van in gevan­genschap geboren en gefokte dieren, behorende tot beschermde uitheemse diersoorten, als aangewezen in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling aanwijzing beschermde dier­en plantensoorten Flora- en fauna-wet. Het betreft soorten die voorko­men op bijlage IV bij de Habitatrichtlijn. Dit hangt direct samen met de algehele vrijstelling die terzake van deze soorten geldt in arti­kel 19 van de Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet.

Artikel 2, tweede lid, onderdeel a, betreft de registratie van gekweekte bijlage A-planten. Deze planten wor­den met CITES-documenten in- en uitgevoerd. Registratie kan een hulp­middel vormen voor het bewijs van herkomst van deze planten. Artikel 2, tweede lid onderdeel b, betreft de registratie van gekweekte hybriden van planten behorende tot plantensoorten opgenomen op bijlage A van de basisverordening die niet zijn voorzien van een annotatie. Deze planten kunnen worden uitgevoerd met een fytosanitair certificaat. Door het toestaan van een fytosanitair cer­tificaat in plaats van een uitvoerver­gunning, waartoe de CITES-basisver-ordening in beginsel verplicht, wordt de reguliere, omvangrijke handels­stroom, zo min mogelijk belemmerd. Omdat met enige regelmaat door derde landen vragen over het gebruik van dit certificaat worden gesteld in verband met twijfel over de herkomst van de planten, is een registratiever­plichting evenwel van belang uit het oogpunt van handhaving en controle. De registratieverplichting geldt voor zover voor deze gekweekte hybriden van planten een fytosanitair certifi­caat ten behoeve van de uitvoer is afgegeven.

Ten aanzien van de artikelen 3 en 4 geldt dat gegevens die in de registra­tie dienen te zijn opgenomen, mede afhankelijk zullen zijn van de omstan­digheden waaronder de betreffende specimens zijn verkregen. Met name particulieren, die bij de handel derge­lijke specimens kopen, zullen niet over alle in het eerste lid van bedoel­de artikelen bedoelde gegevens beschikken en ook niet over de diver­se onderliggende documenten. Wel zal de registratie de toezichthouders en opsporingsambtenaren in staat kunnen stellen gemakkelijker de her­komst van de specimens te achterha­len.

Artikel 5 geeft enkele eisen voor de vorm van de registraties. Daaraan zal dienen te zijn voldaan.

Een registratie van diersoorten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, dient ingevolge artikel 6, eerste lid, te wor­den bijgehouden door een ieder die betreffende diersoorten onder zich heeft of daarmee handelingen verricht als bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet. Een registratie van plantensoorten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, dient ingevolge artikel 6, tweede lid, te worden bijgehouden voorzover daar­mee handelingen worden verricht die de invoer of uitvoer uit of naar derde landen betreffen.

Paragraaf 2. Notificatie

Een ontwerp van deze regeling is op 10 september 2001 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van de richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees parle­ment en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschrif­ten en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 98/48 van 20 juli 1998 (PbEG L 217). De ontwerp-regeling is geregistreerd onder nummer: 2001/0384/NL. Deze regeling hangt direct samen met vrijstellingen als opgenomen in de Regeling vrijstelling beschermde dier­en plantensoorten Flora-en faunawet en beoogt voorzover noodzakelijk de handhaving van de in die regeling opgenomen vrijstellingen te bevorde­ren. De registratieverplichtingen zijn echter beperkt tot levende specimens van de dier- en plantensoorten, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van deze regeling. Dit zijn speci­mens die behoren tot op bijlage A en B van de basisverordening opgeno­men soorten en die mitsdien gelet op hun bedreigde status in het wild extra aandacht behoeven.

De notificatietermijn als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van Richtlijn 98/34/EG is geëindigd op 11 decem­ber 2001. Er zijn geen reacties ont­vangen. De ontwerp-regeling is voorts gemeld aan het Secretariaat van de Wereld Handelsorganisatie ter voldoening aan artikel 2, negende lid, van het op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Verdrag inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235). De ontwerp-regeling is geregis­treerd onder nummer: G/TBT/N/NLD/36.

Paragraaf 3. Lasten voor overheid, burgers en bedrijfsleven

De lasten die het voeren van een administratie opleveren staan tegen­over de vrijstellingen die terzake van de onderhavige specimens zijn opge­nomen in de Regeling vrijstelling beschermde dier-en plantensoorten Flora-en faunawet. Die regeling leidt, zoals in de toelichting bij die regeling is uiteengezet tot een aanmerkelijke lastenverlichting voor burgers en bedrijfsleven. De regels ten aanzien van administra­tie waren voorheen in het kader van de Wet bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten opgenomen in de Regeling administratie van handel in uitheemse dier- en plantensoorten. De onderhavige regeling is een versoepe­ling van de voorheen geldende regel­geving. Voorheen gold onder meer een registratieplicht voor dode speci­mens van diersoorten. Thans geldt slechts een registratieplicht voor levende specimens van diersoorten. Voorheen was men verplicht ook een registratie bij te houden van uit het wild afkomstige planten, zoals opge­nomen in bijlage B bij de basisveror­dening. Thans geldt slechts een regis­tratieplicht voor planten, behorende tot soorten als opgenomen in bijlage A bij de basisverordening. Dit is een duidelijke lastenverlichting ten opzichte van de voorheen geldende regelgeving, gelet op het beperkte aantal planten dat is opgenomen in bijlage A bij de basisverordening (circa 100 planten) ten opzichte van het aantal planten dat is opgenomen in bijlage B bij de basisverordening ( meer dan 40.000 planten). Voor die­ren en planten, behorende tot beschermde uitheemse soorten zoals opgenomen in bijlage C en D van de basisverordening gold een registratie­plicht voor handelingen die het bin­nen of buiten het grondgebied van Nederland betreffen. Thans is een registratieplicht voor de soorten voor­komend op deze bijlagen geheel ver­vallen.

Paragraaf 4. Inwerkingtreding

In artikel 8 is de inwerkingtreding gekoppeld aan artikel 18 van het Besluit vrijstelling beschermde dier­en plantensoorten, waarop de rege­ling gebaseerd is.

 

Uit: Staatscourant 13 maart 2002, nr. 51 / pag. 37


 

 

 

 

De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

G.H. Faber

Voorbeeld registratie formulier van het Ministerie LNV:

http://www.minlnv.nl/portal/page?_pageid=122,1780509&_dad=portal&_schema=PORTAL&p_file_id=19609

Toelichting

 

Voor levende dieren die tot een beschermde diersoort behoren dient u een registratie bij te houden. Dit staat bepaald in de 'Regeling Administratie bezit van en handel in beschermde dier- en plantensoorten' van de Flora- en faunawet. U dient de registratie jaarlijks door te geven voor aanpassing van de aan u verleendebezitsontheffing.

 

Voor welke dieren dient u een registratie bij te houden?

U dient een registratie bij te houden voor de volgde levende, in gevangenschap gefokt en geboren dieren:

- vogels, opgenomen in bijlage A*

- uitheemse gewervelde dieren (geen vogels), opgenomen in bijlage A

- uitheemse vogels en andere uitheemse gewervelde dieren, opgenomen in bijlage B

- uitheemse dieren, opgenomen in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn**

 

* van Verordening (EG) nr. 338/97 (Basisverordening). Op de website van UNEP/WCMC kunt u zien op welke Bijlage een soort staat (http://www.unep-wcmc.org/eu/Taxonomy/).

** Verordening (EG) nr. 92/43/EEG

 

De registratieplicht geldt voor zowel dieren waarvoor een bezitsontheffing nodig is als dieren die vrijgesteld zijn van het bezitsverbod. Alleen voor dieren waarvoor u een bezitsontheffing heeft, dient u de registratie op te sturen.

 

Welke gegevens moeten in uw registratie staan?

Volgens de Regeling Administratie bezit van en handel in beschermde dier- en plantensoorten dient u het volgende bij te houden:

a. wetenschappelijke soortnaam en aantal per soort

b. datum waarop en plaats waar u het dier verkregen heeft

c. naam, adres en land van de leverancier

d. land waar het dier vandaan komt, als dit afwijkt van het land onder punt c.

e. nummer van het CITES-document waarmee u het dier heeft verkregen

f. gegevens soort en code van de microchiptransponder (of ander individueel merkteken)

g. datum aanbrenging microchiptransponder (of ander individueel merkteken)

 

Indien u het dier heeft overgedragen aan iemand anders:

h. datum en plaats van overdracht

i. naam, adres en land van de afnemer

j. nummer van het CITES-document waarmee u het dier heeft overgedragen

 

Bij geboorte of sterfte:

k. bij ouderdieren: datum geboorte en aantal nakomelingen

l. datum en plaats van sterfte

 

Bij uw registratie dient u alle van toepassing zijnde CITES-documenten, aankoopbewijsen e.d. te bewaren.

 

Aan welke eisen moet uw registratie nog meer voldoen?

U dient uw registratie zowel per pagina als per regel te nummeren. Een digitale registratie wordt niet als origineel erkend. U moet altijd over een actuele papieren versie van uw registratie te beschikken. Gooi uw registratie niet zomaar weg. Alle originele, papieren registraties en aantekeningen dient u drie jaar te bewaren!

 

Waarom dit document?

Wilt u een bezitsontheffing aanvragen, dan vragen wij van u de gegevens a t/m g door te geven van de betreffende dieren. U kunt ook een kopie van uw gehele registratie bij uw aanvraag opsturen. Dit document kunt u gebruiken als hulpmiddel voor het bijhouden van uw registratie of het opsturen van de door ons gevraagde gegevens.

Meer informatie

 

Kijk voor de volledige Regeling Administratie bezit van en handel in beschermde dier- en plantensoorten op www.overheid.nl. Ga naar Wet- en regelgeving, Ministeriële regelingen.

Bel voor vragen naar Het LNV-Loket op 0800 - 22 333 22 of mail naar FFWet-bezitsontheffing@minlnv.nl

  Wetenschappelijke naam Datum verkregen Indien eigen nakweek Indien elders verkregen Merkgegevens Indien overgedragen Indien sterfte
  Ouderdieren (chip- of ringnrs) Naam & adres leverancier Land van herkomst vh dier nr CITES-doc. Type merkteken Code chip of ring Datum chip/ring Datum overdracht Naam & adres afnemer nr. CITES-doc. Datum sterfte
1                          
2                          
3                          
4                          
5                          
6                          
7                          
8                          
9                          
10                          
11                          
12                          
13                          
14                          
15                          
16                          
17                          
18                          
19                          
20                          
21                          
22                          
Geplaats in: Gifkikkers, Wetgeving