Mannophryne trinitatis

Mannophryne trinitatis (Garman, 1888)  

 

Beschrijving: Mannophryne trinitatis is een kleine bruine kikker van 22 - 27 mm, waarbij de vrouwtjes iets groter zijn dan de mannetjes. De rug en de kop zijn bruin tot bruin-geel van kleur. Soms met een patroon van onregelmatig verspreide lichtbruine stippen. De achterpoten zijn van boven bruin van onderen lichter van kleur. De voorpoten zijn lichtbruin, met onregelmatige donkere bruine vlekken. De buikzijde is meestal wittig of transparant van kleur waarbij de vrouwtjes een geel gekleurde keel hebben en de mannetjes een grijze. Vlak onder deze keelvlek is een duidelijk donkergrijze tot zwarte band aanwezig. Jonge dieren hebben, tot ze enkele maanden oud zijn, altijd een gele keel. Bij mannetjes die volwassen worden verdwijnt de gele kleur, en maakt deze plaats voor de grijze kleur. Tijdens het roepen van de mannetjes verkleuren ze naar zeer donkerbruin tot zwart over het gehele lichaam. Tussen alle tenen zijn redelijk goed ontwikkelde vliezen aanwezig. De tenen en vingers zijn licht van kleur met donkere kleur van de gewrichten. Vanaf de neus loopt een donkere band over het oog, langs de flanken, tot de aanhechting van de achterpoten.

Garman (1888) beschreef de soort als Phyllobates trinitatis. In de jaren daarna werd de soort opeenvolgend tot de geslachten Prostherapis (Mole & Urich, 1894), (Rivero, 1961) en Colostethus (Edwards, 1971) gerekend. La Marca (1992) plaatste vervolgens alle Colostethus soorten waarbij de vrouwtjes een gele keel hebben, in het nieuwe geslacht Mannophryne. Tot M. trinitatis werden in het verleden ook de Mannophryne populaties van Tobago en het vaste land van Venezuela, Península de Paría, gerekend. Hardy (1983) beschreef de populatie van Tobago als M. olmonae. De populatie van het vaste land van Venezuela werd door Manzanilla et al. (2007) beschreven als M. venezuelensis.

Verspreidingsgebied: De soort komt voor in het land Trinidad and Tobago, in noord en centraal Trinidad, waar ze voorkomen van zeeniveau tot in de bergachtige gebieden.
Type lokaliteit: Trinidad

Natuurlijke habitat: De dieren leven in onverstoorde vochtige bossen, langs schaduwrijke langzaam stromende beekjes.

Gedrag: Het is een bodembewonende soort, die zich ophoudt nabij beekjes. Bij verstoring springen de dieren in het water om zich onder stenen of vegetatie te verstoppen. Eieren worden gelegd in bladafval, en tussen rotsen. Larven worden door het mannetje op de rug vervoerd naar diepere plassen te midden van beekjes. Ook plassen in grotten, en stilstaande poeltjes ver van stromend water, worden gebruikt voor het afzetten van de larven. Het mannetje in kwestie controleert mogelijke afzetplaatsen op de aanwezigheid van predatoren zoals zoetwaterkreeften en vissen, en heeft een duidelijke voorkeur voor afzetplaatsen die vrij van predatoren zijn. Ook plaatsen waar al larven rondzwemmen van eerdere legsels of andere mannetjes verkrijgen de voorkeur.

Geografische variatie: Er zijn van deze soort geen varianten bekend.

Voorkomen in gevangenschap:  Mannophryne trinitatis wordt al vele jaren succesvol gehouden en gekweekt en gevangenschap. Problematisch is dat er verschillende Mannophryne soorten zijn die enorm veel op elkaar lijken, en op het blote oog niet zomaar te onderscheiden zijn. Hobbyisten verwarren gemakkelijk M. trinitatis met M. olmonae en M. venezuelensis. Beiden soorten werden gedurende lange tijd gerekend tot de soort M. trinitatis, en in ieder geval M. venezuelensis is in de hobby beland onder de naam M. trinitatis toen deze nog geen soortstatus had. Een betrouwbare bron met voldoende achtergrondinformatie is bij de aanschaf van deze kikkertjes dus heel belangrijk.

 

Verzorging en kweek: Gelijk aan Mannophryne olmonae.

 

Voedsel: Gelijk aan Mannophryne olmonae.

Geciteerde literatuur:

  • Edwards, S. R.,1971. Taxonomic notes on South American Colostethus with descriptions of two new species (Amphibia, Dendrobatidae). Proceedings of the Biological Society of Washington 84, 147-162.
  • Garman, S., 1888 "1887". West Indian Batrachia in the Museum of Comparative Zoology. Bulletin of the Essex Institute. Salem, Massachusetts 19, 13-16.
  • La Marca, E.,1992. Catalogo taxonomico, biogeografico y bibliografico de las ranas de Venezuela. Cuadernos Geográficos. Facultad de Ciencias Forestales, Universidad de Los Andes, Mérida, Venezuela 9, 1-197.
  • Mole, R. R., & Urich, F.W., 1894. A preliminary list of the reptiles and batrachians of the island of Trinidad. Journal of the Trinidad Field Naturalists' Club 2, 77-90.
  • Rivero, J. A., 1961. Salientia of Venezuela. Bulletin of the Museum of Comparative Zoology. Cambridge, Massachusetts 126, 1-207.
Geplaats in: Mannophryne